We zeilden met de Borneorace van Labuan naar Miri en waren nummer vier in onze klasse voor wat betreft de passage. Magda voelde zich niet goed dus moest ik het single handed doen en deden we niet mee aan de haven races. Als overall klassering werd het dus hekkensluiter.
In het Shellkantoor van Lutong, twaalf km vanaf Miri, zou het paspoort van Magda bij de consul liggen, helaas en vele excuses, we moesten er nog een week op wachten.
Na Miri gingen we weer naar Pusa om afscheid te nemen van onze maleise vrienden. De Maleisiërs zijn overwegend moslim en het was ramadan. De parties waren er niet minder om. De eerste avond hadden we tien man aan boord en was de tree bier die we bij de Borneorace verdienden een druppel op een gloeiende plaat. Gelukkig hadden ze zelf ook het een en ander bij zich. Zaterdag zijn we met een kano door de rimboe gevaren, en hadden s’ avonds een wijnfeest. Onze voorraad moest op voor november dus dat kwam wel uit.
Zondag hebben we gebarbecued en gezwommen aan de rivier. Die tocht kwam als verrassing toen we aan de wal waren. Ik had mijn camera niet bij me.
Hoog op de heuvel boven de rivier staat daar een longhouse (traditioneel huis van de Dajakkers die hier Iban genoemd worden) waar wel een paar honderd mensen in kunnen wonen. De foto bij dit verslag is van het museum - longhouse in Santobong. Het longhouse dat hier staat is met gegalvaniseerde golfplaten bekleed, origineel gebruikte men hiervoor de bast van bomen. Het huis is een paar honderd meter lang en ongeveer vijfentwintig meter breed. Aan de ene lange zijde liggen de privé vertrekken en aan de andere lange zijde behoort bij elk vertrek een stuk van de ongeveer vijftien meter brede gang. De bewoners kunnen daar bij elkaar op visite komen.
Een paar bewoners van het longhouse kwamen kijken bij de barbecue en toen het begon te regenen werden we uitgenodigd bij ze te schuilen. Traditioneel zijn de Ibans koppensnellers in elk ouder longhouse hangen die koppen nog. Hier hangen er zevenentwintig in een stuk gaas.
Gisteren kwam we weer aan in Santobong, de ‘voorstad’ van Kuching. Voor we Borneo verlaten willen we nog naar de Orang-oetangs. Als we die gezien hebben gaan we naar Johor, Sebana cove. Dat is dicht bij Singapore en de te zeilen afstand is ongeveer 500 mijl.
We hebben ze gezien. We waren in een wildpark waar orang-oetangs die in gevangenschap zaten f als wees zijn gevonden bij het slopen van regenwoud worden opgevangen. Een soort Pieterburen.
Voor voedertijd en voor er een groep was kregen we toestemming zelf wat in het bos rond te lopen. Op eigen risico want de Orang-oetangs gooien soms takken naar je of pisssen op je kop als je onder ze doorloopt. We hadden geen problemen en konden wat fotos maken.
Met voedertijd waren er een stuk of dertig bezoekers, Op ongeveer 50 meter afstand van de kijkplaats werd het voedsel voor ze neergezet en konden we fotograferen. Er werd verzocht niet te flitsen en geen eten of drinken zichtbaar bij je te hebben. Soms willen ze dat overnemen en je hebt geen verweer tegen een beest dat zes keer sterker is dan een mens. We waren blij dat we al een eigen excursie achter de rug hadden. Bij vertrek van de groep ging de grote baasaap moeilijk doen. Hij stelde op het pad naar de uitgang een raodblock in. Wij waren er al voorbij.
Na vier nachten zeilen waren we op de rivier naar Sebana Cove. En gingen daar voor anker om wat uit te rusten en de boot op te ruimen. We waren moe het weer had niet meegezeten. Wind uit de verkeerde hoek of geen wind en de nodige onweersbuien. Er was een rij buien op de radar te zien die naar ons toekwam dus reefden het grootzeil. Ondanks dat kon de stuurautomaat het niet aan, af en toe was er 40 knopen wind. Ik moest tweeënhalf uur in op de hand sturen terwijl de regen met tropische kracht neerplensde. af en toe kreeg ik een schep zeewater over me heen dat was lekker warm tussendoor. Ik h een barracuda van en kilo of zes gevangen we hadden drie dagen vs op het menu. In de straat van Singapore pompte ik het laatste restje uit de voorraad tank (afgezien van 100 liter in cans) en sloegen de brandstoffilters bijna dicht. Er stond veel stroom en gezien de omstandigheden (veel schepen en donker)wilde ik de motor niet stoppen. Op halve kracht of minder scharrelden we er tussendoor.
We hadden pech, we zijn het land uitgezet. We waren al in Sebana Cove marina ingechecked toen immigration onze paspoorten wilde inzien.
Volgens deze was onze verblijfstijd in Malaysia overschreden. Wij waren geïnformeerd dat bij binnenkomst in Borneo een nieuwe termijn ging lopen. Sarawak heeft toen Malaysia werd opgericht afzonderlijke paspoort controle gevraagd en gekregen.
Hoe het ook echt is we werden verzocht eerst naar Singapore te varen, daar een stempel te halen en dan opnieuw naar Sebana Cove te varen. Discussies met ambtenaren zijn meestal niet zo zinvol dus om erger te voorkomen zijn we vertrokken.
In de marina van Singapore op Sentosa island, kregen we te horen dat de regels zijn veranderd. We moesten weer de zee op om daar op zekere locatie contact te maken met immigration. We gaven de paspoorten en andere documenten, verpakt in een plastik zak over aan een ambtenaar in een bootje en kregen de zaak gestempeld terug. De marin op Sentosa Island was wat duur en ook ver van de stad dus zijn we gelijk verkast. We zijn gisteren (27 september) in Keppel marina, ook Singapore,.aangekomen en zitten weer lekker achter onze aircon.
Foto’s: Borneorace, longhouse (in- en uitwendig), koppen, boottocht en orang-oetang.