8 Januari 2010

by Administrator 9. January 2010 00:58
We moeten nog 65 mijl voor we door het 'great channel' varen. Deze zeestraat ligt tussen Sumatra en de Nicobar eilanden. Deze laatste eilanden horen bij India en zijn deels verboden gebied. Erg opgeschoten zijn we niet, we vertokken dinsdag morgen 5 januari uit de ao po grand marina van Phuket. Deze marina is vrij nieuw en gericht op luxe. Op aanvraag wordt je met een golf karretje van of naar je boot gebracht.
Nu is het vrijdag 10 uur in de morgen en hebben we ongeveer 225 mijl gevaren. Gemiddeld dus 3 mijl per uur. Nu varen we 2 knopen (2 mijl per uur), geen wonder, we hebben de wind achter en die heeft een snelheid van slechts 5 knopen.

Het IO-net (Indische Oceaan net) is juist beëindigd. Voor bijna alle vaargebieden hebben de yachties een net, dat is een radiocontact op een bepaalde tijd en frequentie. De netleider geeft bijzonderheden en weerberichten door en de leden geven om de beurt hun positie en weersituatie door. Als iemand problemen heeft kan hij die aan het net melden en hulp vragen. De jachten zijn verspreid over een groot gebied, hulp kan normaliter alleen bestaan uit informatie hoe iets gerepareerd moet worden over hoe een ziekte aangepakt moet worden. De functie van netleider wisselt in elk geval als de 'oude' netleider het vaargebied verlaat. Momenteel zijn er 15 jachten die aan het net meedoen.

We hebben de elke dag onweer gehad, uren aan een stuk maar gelukkig niet steeds precies boven ons. Soms maakten wij tijdens een bui goede voortgang maar meestal is het hele windbeeld in de war en komt de wind van alle kanten.
Het persoonlijk risico bij onweer is op een stalen boot niet groot. Een inslag vloeit gewoon door de buitenkant af. Als ik tijden zo een bui wat buiten moet doen voel ik me minder een ga ik zo snel mogelijk weer naar binnen. Bij een inslag in de buurt gaat bij een polyester jacht van alles kapot door het sterke magnetische veld en daardoor opgewekte spanningen. In Panama waren daarvan getuigen bij een naburige catamaran.. De licht armaturen waren uit het plafond gesprongen, bedradingen gesmolten en alles wat elektrisch of elektronisch was totaal vernield. Hoe wij er af zouden komen weet ik niet maar voor alle zekerheid bewaar ik de satelliet telefoon in een pan.

Die telefoon brengt naar communicatie. We hebben een vaste marifoon (soort walky talky) en een losse. Als ik bijvoorbeeld Magda met het bijbootje op de wal heb gezet voor boodschappen kan ze  me met de losse oproepen om weer opgehaald te worden. Als de antenne van de vaste stuk is kan de losse nog werken. Een marifoon werkt hooguit over 40 Km. We hebben een scheepsradio, zoiets als wat radio zendamateurs hebben en een bijpassend modem. Met deze combinatie kunnen we emails naar een walstation sturen en emails ontvangen. Verder, met de radio kunnen we met andere jachten, over grote afstanden praten en we kunnen weerberichten ontvangen.
We hebben een paar externe WiFi antennes zodat we als we bij een hot spot in de buurt zijn, normaliter in elke marina en soms ook voor anker,. Hiermee komen we internet
Met een van onze computers.

We hebben meerdere computers. Drie daarvan zijn nog helemaal OK. De omgeving aan boord is niet computervriendelijk. In een ongelukkig jaar gingen er drie kapot. Een van die computer is gereserveerd voor navigatie. Op die computer draait een soort TomTom programma waarmee op de elektronische zeekaart kunnen zien waar we zijn. Op diezelfde zeevaart zetten we de routeplanning uit.

We hebben vier GPS - en die kunnen we met de nodige conrectoren aan de computer koppelen. Een van die GPS - en is vast ingebouwd in de zeilinstrumenten. Met die set instrumenten zien we de diepte, de windsnelheid de koers en veel meer. Deze instrumenten bevatten ook een automatische piloot. Deze autopilot gebruikt nogal stroom maar we hebben ook een mechanische autopilot, die stuurt op de wind, als de wind draait, draait het schip, de zeilen staan dan steeds goed maar je moet de koers en de zeilen bijstellen als de wind te veel is gedraaid.
We hebben radar, voor als het zicht slecht is en als we bij duisternis een onoverzichtelijke  haven in willen.  Voor we AIS hadden gebruikten we de radar ook als alarm voor grote schepen in de buurt.

We hebben veel plezier aan een nieuw speeltje. Een AIS ontvanger (Automatic Identity System) is verplicht op grotere schepen, deze zenden ondermeer steeds hun positie koers snelheid en naam uit. Met een ontvanger en een computerprogramma breng je die signalen in beeld weet je wie er waar zit. Als er kans op aanvaring is gaat er een alarm en als je een schip niet vertrouwt roep je het met de marifoon op, geeft je positie door en vraagt wat hij van plan is. Je 'ziet' schepen op meer dan 30 mijl compleet met alle informatie. Met radar zie je veel minder en weet je ook minder, behalve dat, radar is een stroomvreter en onder zeil is stroom schaars. De AIS ontvanger gebruikt een paar milliwatt en de computer is mini, die gebruikt ongeveer 10 Watt.

Vanmorgen vroeg gingen we bijna recht voor de wind leek deze stabiel. Daarom heb ik bij eerste daglicht het voorzeil uitgeboomd. Dat wil zeggen dat het zeil zo wijd mogelijk naar buiten staat om de achterlijke wind te vangen. Standaard doe je dat met de zgn. spinakerboom maar ik heb in Langkawi een lange bamboe stok aan boord genomen, veel lichter en beter te hanteren, maar wel wat geknutsel met touwtjes om hem te fixeren.
Net een uur na het net draaide de wind en konden we geen koers houden. De bamboe er dus weer uit en op de juiste koers, nu met de wind schuin achter. Dat is veel makkelijker.

Onze routeplanning:
Phuket - Great Channel  (290 mijl)
Great Channel - sri Lanka (830 mijl)
Sri Lanka - Malediven (470 mijl)
Malediven - Oman  (1255 mijl)
Oman - Turkije (zien we nog wel)

Ons levensritme is wel wat anders als we varen. We varen ook gedurende de nacht, wat moet je anders midden op zee? Dus we hebben wachtdiensten. Opletten dat je niet tegen een visser opvaart bijvoorbeeld. Er zijn vissers die graag jachtjes pesten., en zo manoeuvreren dat je er haast tegenop vaart. Afgelopen nacht toen we met anderhalve knoop voortdreven zat er zo een voor ons. Ik moest de motor starten om er langs te komen .

We hebben een zeilboot maar de motor ie erg belangrijk. Zonder motor is het haast niet mogelijk om in en uit een marina te varen.  Ook bij zeilen reven wegnemen of zetten is de motor haast onmisbaar.  Om het grootzeil t5e reven moeten we tegen de wind in varen, zonder motor is dat lastig. Voor grote tochten hebben we niet voldoende diesel. We hebben een capaciteit van 500 liter, 2400 zit in de tanks en 100 in jerry cans.
De stalen tanks gingen roesten en vuile diesel is funest. Tegenwoordig gooi ik er plantaardige olie bij, ongeveer 1 op 25 is voldoende om roest tegen te gaan. Soms is de plataardige olie goedkoper dan diesel en je kunt het ook puur verstoken, maar al die losse flesjes zorgen toch dat ik het vooral bij diesel houd.

De laatste tijd hebben we een rooster van twee uur op en twee af gedurende de nacht een overdag bijslapen n aar behoefte. Verder lezen  we, doen puzzels en spelen back gammon of scrabbelen. En als ik me verveel schrijf ik gewoon een verslag. Tijdens oversteken moet je steeds opletten en de koers en de zeilen bijstellen. Gelukkig hoeven we niet te sturen, tenminste als alles heel blijft. We hebben ook wel eens een groot stuk om de beurt zelf moeten sturen, maar dat valt echt tegen.

Eten en drinken is de afdeling van  Magda. We hebben voor deze tocht ingekocht:
300 blikjes bier, 30 liter wijn, 12 liter sterke drank, 20 liter cola 20 liter mineraal water, en 400 liter drinkbaar stadswater.
Vers hebben we tomaten, kool, courgettes, uien, kaas en brood ingeslagen. Ook hebben we olie, boter eieren en zuidvruchten. Verpakt blikjes groenten, vis vlees  pasta, rijst aardappel puree couscous, suiker, melkpoeder, muesli en havermout. Behalve dat de nodige pakjes soep sous kruiden chips noten en crackers. En natuurlijk koffie thee en cacao. We kunnen gevarieerd eten en drinken.
Blikjes worden ontdaan van etiket en met een viltstift gemerkt.. Etiketten moeten eraf omdat die in geval van nood de lenspompen blokkeren. Deze hoeveelheden worden door Magda in alle hoeken gaten van de Saluut opgeslagen. Ze weet ze zelfs terug te vinden.

We hebben een koelkast van ongeveer 300 liter. Het is de grootste stroomvreter aan boord. Als het vers op is gaat ze vaak uit en tijdens overtochten gaat ze in de nacht uit. Als de motor loopt gaat ze altijd aan. Als we walstroom hebben staat ze altijd aan. Dan kook Magda op een inductie kookplaat en gebruiken we een waterkoker. Tijdens varen gebruiken we gas.

Tags:

Powered by BlogEngine.NET 1.4.5.0
Theme by Mads Kristensen

Page List