| |
SY Saluut
Bram en Magda
|
MENU
|
Mailing 17-09-2008
Woendag 17 september 2008,
We zeilden met de Borneorace
van Labuan naar Miri en waren nummer vier in onze klasse voor wat betreft de
passage. Magda voelde zich niet goed dus moest ik het single handed doen en
deden we niet mee aan de haven races. Als overall klassering werd het dus
hekkensluiter.
In het Shellkantoor van
Lutong, twaalf km vanaf Miri, zou het paspoort van Magda bij de consul liggen,
helaas en vele excuses, we moesten er nog een week op wachten.
Na Miri gingen we weer naar
Pusa om afscheid te nemen van onze maleise vrienden. De Maleisiërs zijn
overwegend moslim en het was ramadan. De parties waren er niet minder om. De
eerste avond hadden we tien man aan boord en was de tree bier die we bij de
Borneorace verdienden een druppel op een gloeiende plaat. Gelukkig hadden ze
zelf ook het een en ander bij zich. Zaterdag zijn we met een kano door de rimboe
gevaren, en hadden s’ avonds een wijnfeest. Onze voorraad moest op voor november
dus dat kwam wel uit.
Zondag hebben we gebarbecued
en gezwommen aan de rivier. Die tocht kwam als verrassing toen we aan de wal
waren. Ik had mijn camera niet bij me.
Hoog op de heuvel boven de
rivier staat daar een longhouse (traditioneel huis van de Dajakkers die hier
Iban genoemd worden) waar wel een paar honderd mensen in kunnen wonen. De foto
bij dit verslag is van het museum - longhouse in Santobong. Het longhouse dat
hier staat is met gegalvaniseerde golfplaten bekleed, origineel gebruikte men
hiervoor de bast van bomen. Het huis is een paar honderd meter lang en ongeveer
vijfentwintig meter breed. Aan de ene lange zijde liggen de privé vertrekken en
aan de andere lange zijde behoort bij elk vertrek een stuk van de ongeveer
vijftien meter brede gang. De bewoners kunnen daar bij elkaar op visite komen.
Een paar bewoners van het
longhouse kwamen kijken bij de barbecue en toen het begon te regenen werden we
uitgenodigd bij ze te schuilen. Traditioneel zijn de Ibans koppensnellers in elk
ouder longhouse hangen die koppen nog. Hier hangen er zevenentwintig in een stuk
gaas.
Gisteren kwam we weer aan in
Santobong, de ‘voorstad’ van Kuching. Voor we Borneo verlaten willen we nog naar
de Orang-oetangs. Als we die gezien hebben gaan we naar Johor, Sebana cove. Dat
is dicht bij Singapore en de te zeilen afstand is ongeveer 500 mijl.
We hebben ze gezien. We waren
in een wildpark waar orang-oetangs die in gevangenschap zaten f als wees zijn
gevonden bij het slopen van regenwoud worden opgevangen. Een soort Pieterburen.
Voor voedertijd en voor er
een groep was kregen we toestemming zelf wat in het bos rond te lopen. Op eigen
risico want de Orang-oetangs gooien soms takken naar je of pisssen op je kop als
je onder ze doorloopt. We hadden geen problemen en konden wat fotos maken.
Met voedertijd
waren er een stuk of dertig bezoekers, Op ongeveer 50 meter
afstand van de kijkplaats werd het voedsel voor ze
neergezet
en konden we fotograferen. Er werd verzocht niet te
flitsen en geen eten of drinken zichtbaar bij je te hebben. Soms willen ze dat
overnemen en je hebt geen verweer tegen een beest dat zes keer sterker is dan
een mens. We waren blij dat we al een eigen excursie achter de rug hadden. Bij
vertrek van de groep ging de grote baasaap moeilijk doen. Hij stelde op het pad
naar de uitgang een raodblock in. Wij waren er al voorbij.
Na vier nachten zeilen waren
we op de rivier naar Sebana Cove. En gingen daar voor anker om wat uit te rusten
en de boot op te ruimen. We waren moe het weer had niet meegezeten. Wind uit de
verkeerde hoek of geen wind en de nodige onweersbuien. Er was een rij buien op
de radar te zien die naar ons toekwam dus reefden het grootzeil. Ondanks dat kon
de stuurautomaat het niet aan, af en toe was er 40 knopen wind. Ik moest
tweeënhalf uur in op de hand sturen terwijl de regen met tropische kracht
neerplensde. af en toe kreeg ik een schep zeewater over me heen dat was lekker
warm tussendoor. Ik h een barracuda van en kilo of zes gevangen we hadden drie
dagen vs op het menu. In de straat van Singapore pompte ik het laatste restje
uit de voorraad tank (afgezien van 100 liter in cans) en sloegen de
brandstoffilters bijna dicht. Er stond veel stroom en gezien de omstandigheden
(veel schepen en donker)wilde ik de motor niet stoppen. Op halve kracht of
minder scharrelden we er tussendoor.
We hadden pech, we zijn het
land uitgezet. We waren al in Sebana Cove marina ingechecked toen immigration
onze paspoorten wilde inzien.
Volgens deze was onze
verblijfstijd in Malaysia overschreden. Wij waren geïnformeerd dat bij
binnenkomst in Borneo een nieuwe termijn ging lopen. Sarawak heeft toen Malaysia
werd opgericht afzonderlijke paspoort controle gevraagd en gekregen.
Hoe het ook echt is we werden
verzocht eerst naar Singapore te varen, daar een stempel te halen en dan opnieuw
naar Sebana Cove te varen. Discussies met ambtenaren zijn meestal niet zo zinvol
dus om erger te voorkomen zijn we vertrokken.
In de marina van Singapore op
Sentosa island, kregen we te horen dat de regels zijn veranderd. We moesten weer
de zee op om daar op zekere locatie contact te maken met immigration. We gaven
de paspoorten en andere documenten, verpakt in een plastik zak over aan een
ambtenaar in een bootje en kregen de zaak gestempeld terug. De marin op Sentosa
Island was wat duur en ook ver van de stad dus zijn we gelijk verkast. We zijn
gisteren (27 september) in Keppel marina, ook Singapore,.aangekomen en zitten
weer lekker achter onze aircon.
Foto’s: Borneorace, longhouse
(in- en uitwendig), koppen, boottocht en orang-oetang.


 


Mailing 15-08-2008
Vrijdag 15
augustus, we liggen nu acht dagen in de verder lege marina van Labuan te wachten
op de race. Labuan is een klein eiland en de basis voor de olie industrie. Het
is belastingvrij, voor acht € koop je vier liter goede wijn.
We kwamen vorige week donderdag
aan in de marina waar volgens zeggen voldoende plaats was. We hadden die nacht
gevaren en niet veel geslapen omdat we een route moesten zoeken tussen
olieplatforms De marina blijkt een grote bouwput te zijn. De dam er omheen,
breakwater op zijn Engels, is er, de palen waaraan de drijvende steigers
worden vastgezet staan er, en ook
een paar steigers zonder bolders in een paar uithoeken. maar verder is er niets.
Aan de wal worden de steigers van piepschuim en beton gemaakt. Er zijn drie
steigers met een loopbrug om op de breakwater te kunnen komen, een daarvan ligt
nog plat, een andere komt uit op een stuk breakwater waar je niet af kunt en een
geeft verbinding naar de vaste wal. We willen de werkzaamheden niet in de weg
liggen en maken de Saluut vast aan de steiger die het verst van de activiteiten
ligt, dat is degene waar je niet van de breakwater af kunt. We klimmen en
klauteren over vlotjes naar de wal en melden ons in het ‘Waterfront hotel’, waar
de marina bij hoort.

De manager
zegt dat we dichter bij het hotel aan de palen moesten meren, we konden dan met
de dinghy naar de kant en konden gebruik maken van de bar en zwembad.

Magda
chartert een groepje werkmensen om de lijnen aan de palen vast te maken en met
een kwartiertje zijn we verhuisd. We waren aan rust toe en gingen niet meer de
wal op. De volgende ochtend werden we aangeroepen. Het was de projectleider van
de bouwfirma. Er was ook een mevrouw van de race organisatie bij hem. De
projectleider is het er niet mee eens dat we aan zijn palen vast zitten, ook
mogen we niet aan een steiger gaan liggen. Na enig overleg komen we uit op het
voor anker gaan midden in de marina. Dat gebeurt dus.
We hebben die avond de stad
bekeken en op het politiebureau gevraagd waar we immigration konden vinden.
Immigration was maandag weer open en ze hebben hun kantoor in het grote gebouw
tegenover het hotel. Dat gebouw bestaat uit drie kantoortorens een
parkeerruimte in de kelder en twee
over de volle breedte liggende verdiepingen met winkels. Het is er heerlijk
koel, dus als we ons warme schip, zonder walstroom dus ook geen aircon, willen
ontvluchten, gaan we daar verkoeling zoeken. We eten er ook en doen inkopen. We
hamsteren vooral wijn omdat we na de race nog een tijd geen ‘goedkope’ wijn
kunnen kopen. Na de race hebben we nog een kleine maand de tijd om, voor het
slechte weer, de Zuid Chinese Zee te verlaten.

De tijd
hier besteden we als regel door in de ochtend aan een klusje te werken en in de
middag op de wal op te gaan afkoelen en winkelen. Het eilandje zelf heeft voor
ons geen bezienswaardigheid.
Mailing 02-08-2008
Hier in Miri is
ons plan aangepast. We doen mee aan de Borneo race (zie site borneorace). De
race start is in Labuan en eindigt in Miri. Dat wordt dus een retourtje. We
krijgen 400 dollar US startgeld en vier overnachtingen in een hotel, behalve dat
gratis ligplaats en bij de finish een krat bier. We gaan na de race terug naar
het schiereiland van Malaysia en moeten in verband met de weersomstandigheden
voor oktober de Zuid Chinese zee uit zijn. We hebben nog geen orang-oetang
gezien, dat is nog een programmapunt voor Borneo en we moeten via Pusa langs
onze vrienden daar.
Het diner en de
tour van de rally zijn achter de rug. Voor het diner was er en jeu de boules
wedstrijd maar daar bakten we niks van. De tour was leuk, we zijn in een grot
geweest. Een echte zonder (gekleurde) verlichting. Er zijn nesten van
zeezwaluwen in die grot je moet 50 meter klimmen om ze weg te halen maar het
brengt wel goed op, de chinezen zijn er gek op. Het plukken van die nesten is
gereglementeerd, tijdens broeden wordt er niet geplukt. Ook de stront van de
zwaluwen en de vleermuizen wordt geoogst en verkocht. In de grot zijn restanten
van menselijk leven van 40.000 jaren geleden.
Om in de grot te
komen moet je een uur door het regenwoud lopen en in de grot moetje flink
klimmen. Na de grot kregen we een city tour door Miri waarbij we de grand old
lady zagen. De olie sijpelde hier vroeger de grond uit n de grand old lady is de
eerste boortoren in Malaysia.
De eerste hash
waaraan ik, twee dagen voor de tour, meedeed was meer inspannend dan de grot. De
hash wordt wereldwijd beoefend. Hier is het een veldloop door de rimboe gevolgd
door een overvloedige 5 gangen maaltijd en dan een ongelofelijke zuippartij. De
veldloop ging door een rubberplantage en door regenwoud. Via een boomstammetje
moest je over riviertjes en je moest klauteren tegen steile glibberige
hellingen.

Bij aankomst
kregen de deelnemers een flesje mineraal water en twee blikjes soft drink. Als
de ergste dorst over was moest je uit en soort hoed bier drinken, die hoed is zo
gemaakt dat de bier langs je kin loopt als je drinkt. Dan is er gelegenheid je
wat op te knappen, waarna gebeuren in een hotel werd voortgezet. Na de maaltijd
moest ik drie keer op mijn stoel gaan staan om een pilsje achterover te slaan.
De eerste keer ter verwelkoming van de jachties, de tweede keer omdat ik pas
jarig was geweest en de derde keer omdat ik geapplaudisseerd had. Maar ook als
je niet op je stoel staat wordt drinken sterk aangemoedigd.

De drank was
gratis en werd door Carlsberg gesponsord.
Mailing 27-07-2008
We zijn eergisteren (op mijn achtenzestigste verjaardag werd ik 69) in de Marina van Miri aangekomen. Miri is de laatste bestemming van Sail Malaysia, We krijgen hier nog een diner en een tour, waarna we weer zelf ons plan kunnen trekken.

We hebben inmiddels al het een en ander van Borneo gezien. De eerste stop op Borneo was de Sarawak River waaraan Kuching ligt. Kuching is de hoofdstad van Sarawak, de naam betekent kattenstad. Er zijn standbeelden van katten en ook een kattenmuseum.

We lagen geankerd in de riviermonding bij de plaats Santubong. In the cultural village, die bij Santubong behoort, was net het Rainforest World Music Festival aan de gang.
We hebben de cultural village bezocht. Het is zo iets als het Arnhems openlucht museum maar dan met oudheden van Borneo zoals een Iban long house waarin een paar honderd mensen woonden met voor elk gezin een eigen ruimte. Er is ook een theater en een veld met twee tonelen voor het festival.
We waren een dag van de drie ook op het festival, een soort Pinkpop zou ik zeggen. In de middag waren er diverse workshops van een vijftal verwante instrumenten zoals snaarinstrumenten en slagwerk uit diverse landen. In de avond was er een uitvoering van bands en groepen die elkaar op de twee tonelen zonder onderbreking opvolgden.
We huurden drie dagen een motorfiets om wat van de omgeving te zien en maakten in Kuching kennis met een paar jonge mannen die in Pusa wonen en werden door hun uitgenodigd voor een bezoek. Van Kuching naar Pusa is vier uur met de auto maar wij gingen met onze boot. Eerst de Sarawak River uit, dat kan niet bij laag water. Toen om de twee ver in zee stekende kapen heen dan een stuk over zee en ankeren bij het eiland Pulau Lakei. De volgende dag weer en stuk over zee mdan drie uur (als je stroom mee hebt tenminste) over de rivier. We gingen vroeg weg en kwamen laat aan, maar het kon net in een dag.

Pusa is volgens de kaart een stadje, het ligt aan de monding van een zijriviertje. De bewoners onderscheiden het dorp en de stad. Het dorp bestaat uit houten huizen op palen je kunt er tussendoor lopen over een plankier, er zijn geen autos, De stad bestaat uit een groepje stenen gebouwen met winkels. Dan heb je nog wat buitenwijken. Een van die buitenwijken is een nooit bewoond geweest project van ongeveer honderd lage rijtjeshuizen. We hebben in Malaysia meer van die mislukte projecten gezien. De meeste huizen en ook de stad liggen dicht bij het zijriviertje. Autos worden in de stad geparkeerd er varen veerbootjes tussen de diverse aanlegplaatsen, dat is de enige manier om van de ene wijk in de andere te komen.

Het varen op de grotere rivieren is buiten de regentijd mogelijk. In de regentijd is de stroming te sterk. Bij vloed loopt er een bult water naar boven, deze is in de regentijd gevaarlijk. Van hoog water naar een meter lager gaat heel snel. Op de rivier drijft van alles: huisvuil, boomstammen, wortelstronken, houtafval en hele eilanden van losgeslagen oevergewas. Ook op zee kom je dit nog tegen en af en toe hoor je het tegen de boot bonken. Zou je een grote boomstam tegenkomen dan is schade aan de boot het gevolg. Een stalen schip als de Saluut zal niet lek raken, maar toch…
Vrijdagavond ankerden in de zijrivier met uitzicht op de paalwoningen en de aan de oever gemeerde bootjes, Na het ankeren belden we onze nieuwe vriend, Mak-nez, op en kregen we bezoek van hem en Hafizy. We waren het eerste zeiljacht dat ze er zagen, de belangstelling was groot. De veerbootjes verlegden hun route om de passagiers onze boot te laten zien. Op de steigers stonden groepen kinderen te zwaaien.
Zaterdagochtend kwart over vijf hoorden we vanuit vier moskeeën de oproep tot gebed. Omstreeks negen uur lagen er vier veerbootjes aan ons vast, we nodigden de veermannen aan boord om de boot te bekijken. Om tien uur werden we opgehaald voor en bezoek aan de ouders van Mak-nes. Hij woont nog bij zijn ouders in evenals zijn al getrouwde zuster. Het is een groot huis, ooit voor een gezin met acht kinderen, met een zitkamer en een eetkeuken. In de zitkamer zijn twee TV’s en twee radio’s.
We gaan wandelen door het dorpje, over de plankiers, en komen terug om te eten. Na het eten gaan we naar de stad. In de buurt van de stad is de historische begraafplaats. Die gaan we bekijken, er is een verhaal verbonden aan een van de graven en bij een ander graf moet je een wens doen. Het verhaal is van een man wiens mooie vrouw was gestorven en zelf ook dood wilde. Hij kon niet met een wapen gedood worden dus nam hij zes haren en bond die om zijn nek.

Om twee uur zijn we weer op de boot.
Om vijf uur krijgen we bezoek van de zus en haar man die onderwijzer is, dan worden we opgehaald en gaan naar een huis buiten de stad, Er zijn twaalf vrienden. Ze maken Pansuh, dat is kip met groenten gekookt op een houtvuurtje in groene bamboe hulzen. Zeldzaam lekker!!
Om tien uur zijn we weer op de boot.
Zondagochtend om negen drinken we koffie en zien opeens dat er twee meisjes, zusjes van 12 en 9 jaar, in de kuip zitten. Ze zijn gedropt door hun vader die veerman is. Later komen er nog negen kinderen en vertrekken de twee eersten. Er zwemmen ook jongens om onze boot en ze klimmen er op. Geen meisjes. die kunnen het niet en mogen het niet. Zondagmiddag gaan we naar de stad en zien hun bedrijf. Mak-nes repareert spijkerbroeken en dergelijk naaiwerk en Hafizy heeft een stel computers met spelletjes, echter geen internet verbinding. Dan gaan we naar de voetbalwedstrijd waar een van de vrienden moet spelen. Het is de hoogste klasse in Borneo en betaald voetbal. Wandy, de voetballer krijgt 50 RM per wedstrijd. Het veldis kletsnat als de bal in een plas landt ligt ze gelijk stil. Het team van Wandy wint met 3-1.

We nemen afscheid van onze vrienden want we gaan morgen weg. Mak-nes gaat nog met ons mee want zijn vader heeft honderd liter diesel in de kuip gezet. We rekenen af en gieten de cans over in onze eigen cans.
Maandag in alle vroegte keert de stroom op de rivier om en is het tijd om te vertrekken. Mak-nes komt nog even een afscheidscadeautje brengen. Een flesje arak van hem en van zijn zus een stenen vaas en een tafelloper.
We gaan naar de Rajang River, deze gaat diep het binnenland in en is een centrum voor de houtindustrie. Grote schepen kunnen de rivier ver opvaren om hout te laden. Langs de oevers staan houtzagerijen met bergen van zaagsel, ook liggen er stapels boomstammen. Op de rivier varen sleepboten met pontons die zwaar beladen zijn met hout en waarop een kraan staat. We ankeren twee keer voor de nacht op de rivier en gaan via een andere rivier terug naar de zee. Acht mijl van het land af kwamen we weer in helder water.
Tijdens de oversteek naar Miri hadden we zeven uren aaneengesloten onweer met slagregen en harde wind. Gelukkig waaiden we de goede kant op.
Mailing 08-06-2008
In Port Dickson was ons eerste diner van Sail Malaysia. Twee boten hadden op ons gewacht. We waren met tien personen, twee van de organisatie, zes van de andere boten en wij We aten op zijn Malijs er was rijst en in het midden van de tafel stond een draaibaar geval bestaande uit zes compartimenten met diverse gerechten voor bij de rijst.
Wij vertrokken maandag 2 juni, nadat we boodschappen hadden gedaan, de andere boten waren vroeger op de dag al vertrokken.
Het schoot niet erg op, de wind en de stroming waren ongunstig. Omdat we toch op wilden schieten, we moesten nog tijd winnen om in verband met garantie een service technicus aan boord te krijgen. De eventueel geschikte ankerplaatsen passeerden we midden op de dag en tegen de avond waren we steeds ergens waar we het niet zagen zitten om te ankeren. Plannen was haast onmogelijk doordat de stromin zo wisselvallig was. Met vloed hadden we stroom mee en maakten we zes knopen, met eb hadden we stroom tegen en maakten we soms maar twee knopen. De periode van vloed duurde ongeveer een derde van de periode met eb maar de perioden waren niet erg regelmatig mede doordat hier afwisselend een hoge en lage vloed is.
Dus elkaar aflossen en hazenslaapjes en maar zien wanneer we ergens zijn.
We waren dinsdag avond bij Singapore en om bij nacht niet in het verkeerstelsel met snelle grote schepen te moeten varen gingen we door de havens van Singapore.
Onze zeekaarten waren hopeloos verouderd, daar waar vroeger open vaarwater was zijn nu fabrieksinstallaties. Tussen die fabrieken zijn grote vierkante watervlakten van ongeveer 15 bij 15 km. Je moet dus je weg zoeken om van het ene waterplein op het andere te komen.
De ondiepten die nog op onze kaart stonden waren vaak weg maar op een van die pleinen waren ze er nog en moesten we tussen boeien door de weg zoeken. Er kwam een coast guard op ons af en vroeg wat we hier deden. We zeiden dat we de weg kwijt waren geraakt en vroegen hoe we in Sebana Cove konden geraken. Ze wisten niet waar dat was maar konden ons wel uitleggen hoe we in het oostelijke havengebied konden komen, ze voeren een stuk voor ons uit tot we tussen de ondiepten uit kwamen en verdwenen. Even later riepen ze ons op en vroegen of ze onze papieren mochten controleren. Je kunt dan geen nee verkopen. Ze kwamen weer bij ons en een van hun stapte aan boord voor de controle.
Na de controle wensten ze ons goede reis.
Volgens onze kaart was er in het Oostelijk havengebied een smalle uitgang naar de zee. We vonden deze maar er brandden rode lichten in. We konden op de marifoon roepen wat we wilden maar geen antwoord. Er waren meer boten rondjes aan het draaien en kennelijk ergens op wachtten. We benaderden er drie van om naar de situatie te vragen maar kregen geen antwoord. Na drie uur rondjes draaien kregen we het idee dat er tussen de zeestraat en de havens een soort verkeersregeling moet zijn en besloten om via de westelijk havens de zeestraat op te zoeken.
Na een uurtje of twee waren we weer in het westelijke havengebied op een van de enorme pleinen en volgens onze kaart dicht bij het verkeersstelsel. We voeren op de doorgang, toch wel een gat van ongeveer een km tussen de fabrieken, af. Plotseling viel er een wolk naar beneden en was het hele gat ondoorzichtig. We wijzigden koers naar een ander gat nog meer naar het westen maar bleven kijken naar die wolk. Er kwamen bootjes aanracen om naar de wolk te kijken, voor we bij het andere gat in de buurt waren was de wolk weg en gingen we toch door het eerste gat naar buiten.
We volgden het scheidingsstelsel en werden soms links en rechts ingehaald. Zo gauw als het kon staken we over om buiten het stelsel meer onder de kust onze tocht naar het oosten voort te zetten.

Volgens onze kaart kun je redelijk dicht onder de kust blijven en dan links af de grensrivier tussen Singapore en Malaysia opdraaien. Dat viel tegen, op de hoek was een kilometers lange dam de zee ingebouwd. We volgden de dam en werden door een politieboot benaderd we werden toegeschreeuwd dat we afstand moesten houden, We konden ook niet anders want de politie voer tussen ons en de dam in en wees dat we meer opzij moesten. Halverwege de dam was er een militair complex te zien er lag ook een klein oorlogsschip. Toen we verder kwamen zagen we ook gele boeien de politie gebaarde dat we buiten de boeienlijn moesten blijven. We kwamen bij de laatste boei en de politieboot ging terug. We voeren nog wat door en gingen meer naar het oosten want daar moest ergens de ingang van de grensrivier zijn. We kwamen bij een soort verkeerstorentje met een man er in. We gingen er dichterbij en vroegen de weg. We dreven ondertussen wat verder en gingen een onzichtbare grens over waardoor het alarm afging. Er spoot een speedboot met zes militairen in oorlogsuitvoering op ons af. We moesten achteruit en ze riepen dat we in moeilijkheden zaten.
De politieboot kwam er ook gauw bij. Ze wilden de paspoorten zien en ze wilden ons opbrengen maar wisten nog niet waarheen . Er kwam nog een politieboot aan te pas en na veel gediscussieer werd ons gesommeerd het militaire gebied te verlaten. Ik vroeg hoe ik in Sebana Cove kon komen en kreeg te horen dat ik dan eerst het havengebied moest verlaten en dan naar het oosten kon varen.
We gingen op weg en na een kleine mijl zagen we dat er een soort schutting in de grensrivier was gebouwd. De weg lag dus voor ons open.

Van een collega zeiler hadden we gehoord dat de marina erg moeilijk te vinden was, en dat de ingang verscholen ligt. Deze zeiler was er geweest en had, naar zijn zeggen, met plastic zakken op de oever een markering aangebracht.
Wij hadden de geografische locatie doorgekregen via Sail Malaysia dus rekenden erop dat het wel zou lukken, Toen we er volgens de GPS vlak bijwaren zagen we niks dat op een marina leek en gingen verder de rivier op. We benaderden drie andere bootjes maar deze hadden geen zin in contact. We voeren rustig naar twee vissers die langs de oever in een bootje zaten maar toen die ons zagen startten ze hun motertjes en gingen er als een haas vandoor.
We gingen weer terug naar het punt dat volgens de GPS het dichtst bij was en liepen midden op de rivier aan de grond. Ik gooide het anker uit en we gingen slapen, we hadden voorlopig genoeg beleefd.
De volgende ochtend toen we wakker werden zaten we weer aan de grond maar het was vloed, na een uurtje waren we los en na twee uur gingen we weer varen. Gezien de aanwijzingen va de GPS moesten we een smalle kreek in zoekend naar het diepste water ging dat net. We hadden een flinke vloed stroom mee en ik was bezorgd hoe we hier weer uit moesten komen. Bij een zijtak zag ik dat het rechtdoorgaande stuk erg versmalde maar was te laat om de zijtak in te sturen, de Saluut kwam op de splitsing met zijkant in de mangroves en we zaten vast. We hadden telefonisch contact met de marina, deze zou een bootje sturen om ons de weg te wijzen. Om los te komen zou ik een lijn op de overkant aan een mangrove moeten zetten maar ik had geen zin in zwemmen en geen zin om de bijboot te water te laten, dus wachtten we op het bootje van de marina.
Er kwam een visser langs die aanbood ons te helpen. Ik vroeg hem of hij de Saluut die dwars op de stroom tegen de mangroves aan lag (het water stroomt tussen de mangroves door) vrij kon trekken. Hij zei dat zijn motor (30PK) daarvoor niet sterk genoeg was maar op mijn verzoek probeerde hij het en inderdaad het ging niet. Hij zei dat we beter konden wachten tot stroom verminderde, ik zei dat ik bang was dat ik dan geen tijd genoeg had om voor laag water de kreek uit te komen. Ik vroeg om een lijn uit te brengen naar een mangrove aan de overkant hij deed dat en met de lier kon ik de Saluut, onder heftig gekraak van takken, vrij trekken.

\We lagen nu met achtersteven naar de kant waar we heen wilden maar er was geen ruimte en gelegenheid tot keren. Met motor in de achteruit bleven we tussen de takken liggen zodat de lijn weggenomen kon worden. We vroegen de visser ons naar het midden te trekken. We konden toen al achteruitvarend tegen de stroom in, de visser hield de lijn strak en stuurde wat bij. Op een breder stuk liepen we weer aan de grond, dat was een mooie gelegenheid om de boot te keren en op eigen kracht de reis voort te zetten. We bedankten de visser en ik gaf hem geld met de opmerking dat hij daarmee de aan zijn boot opgelopen schade kon repareren. We waren nog steeds niet in normaal vaarwater, de visser bleef in de buurt en het bootje van de marina arriveerde ook. Ze voeren voor uit om de weg te wijzen en de visser bleef achter.

We hebben twee laptops aan boord. De oudste gebruikt veel minder stroom en kan met een adapter uit het 12V boordnet gevoed worden. Deze wordt tijdens varen gebruikt.
De andere laptop gebruik ik voor internetten in de haven en om routes te plannen. Op beide laptops staat het navigatieprogramma en de zeekaarten.
Na aankomst in Sebana Cove startte ik de nieuwe computer op en keek nog even hoe het mogelijk was dat ik de plaats van de marina zo verkeerd op de kaart had gekregen.
Tot mijn verbazing zag ik op de kaart het bootje in de marina liggen.
De versie zeekaarten in de nieuwe laptop is dus wat deze plaats betreft beter dan in de oude laptop. Gaan we wat aan doen!!!
br>
Mailing 01-06-2008
We zijn weer in Port Dickson.. We deden er, zonder motor, dertien dagen over om van hier naar Langkawi te varen. Terug, nu vanaf Penang, ging in twee dagen.
Opvallend is dat we na New Zealand voor het eerst een tocht maken die onze afstand met Nederland vergroot.
We gaan de komende periode nog verder terug omdat we meedoen aan Sail Malaysia. (http://www.sailmalaysia.net/ ) Net als Sail Indonesia een initiatief om meer zeilers aan te trekken. Dus ook weer ontvangsten met muziek, dans, rondritjes en welkomst diners. Vanavond krijgen we ons eerste diner om kennis te maken met de organisator en andere deelnemers. Op de rally door Indonesia waren er ongeveer 150 jachten op deze rally nog geen twintig..
We gaan naar de Oostkust en naar Borneo. Op Borneo liggen twee gebiedsdelen van Malaysia, Sarawak en Saba. .de Rally eindigt op Borneo dus alle kans dat wij na
de rally op eigen gelegenheid Brunei en Filippijnen gaan bezoeken.
We scharrelen maar wat rond. Overigens, In Langkawi hebben we kennis gemaakt met een Nederlands stel op het jacht ‘Scharrel’

Na het bezoek van Vincent en Bettina (zoon en partner) waren Ellen en Joost aan boord (dochter en partner) Ze brachten de nodige boodschappen mee ook 100 sigaren meer dan mag en een albumpje met foto’s van onze eerste achterkleinkind.
We hebben samen de nodige tochtjes gemaakt en Joost heeft geholpen e Saluut verder vaarklaar te maken. De motor stond nog niet perfect in lijn, de schroef zat dik onder de zeepokken, de boutjes van de fokroller waren losgeraakt en het armatuur van het voordeklicht moest gerepareerd worden. De laatste twee klusjes dus klimwerk.
Door het troebele water en gebrek aan duikervaring is de schroef niet gelukt, de rest wel.

Ellen en Joost wilden Penang ook zien en omdat we toch die kant op moesten gingen we met de Saluut. Het werd weer een lichtweer zeilen training doordat de propeller nauwelijks werkte. Ellen constateerde dat je toch beter met en camper opstap kunt gaan omdat altijd een garages of zelfs wegenwacht te hulp kan komen. Met een schroef die onklaar is en bijna geen wind ben je aan de elementen overgeleverd.
In Penang lagen we in de City marina, een eersteklas locatie om de stad, George town, met vele tempels en andere bezienswaardigheden te verkennen, maar in deze tijd van het jaar minder als ligplaats door de deining in de marina. Bij onze buren werd door de deining de bolder uit het dek gerukt.
Ik had zes lijnen naar de overkant van de box gespannen om te voorkomen dat de Saluut op de steiger zou springen.
Zondag 11 mei vlogen Ellen en Joost terug. We brachten ze weg naar Langkawi met de ferry en maakten er nog en uitje van. Er was flink wat bagage, vooral nog verkoopbare delen van de oude motor,. zodat we in Lngkawi een auto nodig hadden. Ze huurden er een voor 30 RM (6 €), en we waren inmiddels op zodanig goede voet met de verhuurder dat een borg niet hoefde en de auto bij het vliegveld met de sleutel in de portiertas achtergelaten kon worden. Wij gingen met de laatste ferry terug en namen op de pier afscheid..
We hebben in de citymarina een duiker ingehuurd om de propeller schoon te maken en zijn twee dagen na het vertrek van Ellen en Joost naar een scheepswerf gevaren voor een goede beurt van het onderwaterschip.

Nog een vergeten te melden gebeurtenis.
We lagen voor anker in Langkawi, de motor was onderweg dus nog geen behoefte aan de marina.

Magda en ik waren onderdeks. Onverwachts voelen we de boot een schuiver maken. Ik ren naar dek en zie dat we geramd zijn door een ferry. Ik roep naar Magda m et fototoestel en maak een paar foto’s. Ik porbeer contact te maken met een man op de ferry maar hij reageert niet en als hij mijn fototoestel ziet gaat hij naar binnen, Ik kan alleen zijn rug fotograferen. De ferry vertrekt en ik maak foto’s.
Ik zie dat er verf en roestschilfers op mijn dek liggen en zie rode verf op een stag (staaldraad die de mast overeind houdt). Daarvan maak ik ook foto’s.
Ik bel de politie op en vertel het gebeurde. Ze willen een verslag maken als ik naar hun toe kom.
Een kennis brengt me achterop zijn brommer naar de politiepost, maar eerst gaan we de foto’s laten afdrukken. Later blijkt dat ze niet alleen de foto’s afdrukten maar ook een virus op mijn stick hebben gezet. Met een dubbele set foto’s gaan we naar de politie. In de wachtkamer zit een man met handboeien vast aan een agent, verder nog niemand. Er verschijnt iemand achter de balie en kan ik mijn verhaal doen. Hij zal het gevraagde verslag maken. Hij roept op zijn computer een formulier op en vult wat gegevens in. Het verhaal moet ik zelf intypen. Hij print het verslag we lopen het na en ik onderteken het.
De kassa is al dicht, du ik kan de paar ringies voor het verslag niet betalen. Ik moet de volgende dag maar terugkomen. De volgende dag haal ik het verslag op en ga ermee naar de havenautoriteit. Deze bekijkt het maakt er een kopie van en vraagt of hij de foto’s ook mag hebben. Hij zal de eigenaar van de ferry opsporen.
Ik bedank hem en vertrek. Ik wandel door het park naar de café/steiger waar mijn dinghy ligt halverwege de wandeling word ik opgebeld. Het is iemand van de ferrymaatschappij.
We spreken af dat hij ook naar de café komt. In de café had ik eerder een scheepstuiger ontmoet. Ik bel hem op en vraag wat een inspectie kost. Als de man van de ferry arriveert komen we overeen dat hij de inspectie betaalt en dat we de eventuele schade via zijn verzekering regelen. Hij geeft het geld voor de inspectie aan de café-eigenaar en vertrekt.
De scheepstuiger constateert dat het tuig nog in orde is en vraagt naar de leeftijd. Het wordt zo zoetjes aan tijd om het tuig te vernieuwen. Voor mij is het is de vraag of dat hier moet. Alle staaldraad komt uit China, wellicht is mijn oude draad beter dan nieuw draad uit China.
Mailing 17-05-2008
We waren van 19 januari tot 5 mei in Langkawi. Daar heb ik de nieuwe motor besteld en ingebouwd na de oude er in gedeelten uit te takelen.
De nieuwe motor kon niet naar binnen zonder de deur met sponningen weg te nemen en een stuk staal onder de deur weg te slijpen.
De fundatie, de koppeling, de bediening en de brandstof aansluiting werden aangepast. De demperplaat werd nageleverd en veroorzaakte wachttijden. Al met al heb ik er op mijn eentje toch bijna een maand aan gewerkt.
We hebben nu een Vetus diesel met iets meer vermogen dan de Ruggerini. Een grotere motor kon er met fatsoen niet in omdat er ook at ruimte moet overblijven voor reparatie en onderhoud.


In Langkawi kregen we bezoek van onze zoon met partner en later van onze dochter met partner. We hadden een gezellige tijd. Omdat onze dochter ook Penang wilden zien zijn we daar samen heen gevaren. Een mooie proeftocht voor de motor. Helaas was de schroef zo zeer aangegroeid met schelpen dat de motor niet veel deed en was er op de buien na bijna geen wind. We hadden twee dagen en een nacht nodig voor dit tochtje van een goede 60 mijl.

We lagen acht dagen in de marina van George Town. George Town is een oude koloniale stad met veel tempels maar ook veel nieuwe hoogbouw. Er zijn Chinese en Hindoe tempels en natuurlijk ook de nodige moskeen en kerken. De marina ligt aan het stadscentrum, dus leuk om de wal op te gaan of om eventjes een hapje te gaan eten. Het probleem met deze marina is dat er in dit seizoen nogal deining staat, naar we hoorden was het nooit zo erg geweest. Bij onze buurman, een grote motorboot werd een bolder uit het dek gerukt. Ik had de boot met zes lijnen met daarin schokdempers en een buitenband van een auto aan de overkant van de box vast gezet. Hierdoor werden we niet steeds tegen de steiger gekwakt. Een van de landvasten (2.5 cm doorsnede) brak evengoed nog.
Na het vertrek van onze gasten gingen we daar zo snel mogelijk weg.

Nu staan op de wal bij een jachtwerf, er is geen gelegenheid om af te meren. Het onderwaterschip wordt schoongemaakt, de verf gerepareerd en nieuwe aangroei werende verf wordt er op gezet. Alles is uitbesteed, het gaat volgens contract maximaal 14 dagen duren. Heb ik mooi de tijd voor andere karweitjes.
Na die veertien dagen begin bijna de rally ‘Sail Malaysia’ (www.sailmalaysia.net). Deze rally gaat ongeveer twee maanden duren. We komen dan weer langs Singapore en bezoeken de oostkant van Malaysia en het gedeelte van Malaysia dat op Borneo ligt. Net als bij de Sail Indonesia zijn er gratis ontvangst diners en uitstapjes geregeld.

Mailing 11-03-2008
Het is nu dinsdag elf maart 2008. We zijn nog steeds in Malaysia, nu
in de Marina van Langkawi.
We kwamen in Langkawi aan met te veel wind en duisternis en konden met
moeite (geen motor) op een ankerplek komen. We lagen daar drie nachten en zijn toen
de baai tussen de grote eilanden ingevaren. We konden de ankerplaats bij de stad
Kuah niet halen doordat de wind wegviel. De volgende ochtend werden we opgeroepen
door onze nieuwe vriend Huberto. Hij was al onderweg om ons op te slepen. Dinsdag
22 januari lagen we dan eindelijk voor anker tussen andere jachten. We konden met
de dinghy naar de wal. Er was een steiger en bij die steiger het eetcafé Bobo van
Jelle. Jelle laat zich hier Allen noemen Het is een ontmoetingsplaats voor Nederlanders.
Na een paar dagen hadden we een aan het klimaat aangepast ritme; de
ochtend wat klussen en als het te heet werd op de boot in de schaduw bij Bobo.
Onze kinderen Ellen en Vincent zullen hier met hun partner afzonderlijk
op bezoek komen. We weten nog niet precies wanneer. Woensdagavond 13 februari lees
ik een mailtje dat Vincent een vlucht heeft geboekt en vrijdagmorgen om half tien
aankomt. Donderdag worden we door twee dinghies, de onze bestuurd door Kathleen
.en de andere bestuurd door Carl, haar man, naar de Marina gesleept. De marina biedt
meer comfort voor gasten. Als Vincent en Bettina er zijn kopen en installeren een
gebruikte airco.
We wachten op de nieuwe motor. De oude is ontdaan van zoveel mogelijk
onderdelen en ligt inmiddels op de steiger. De nieuwe kan niet op zijn plaats gezet
worden zonder enig sloopwerk, Hij is te groot om compleet de deur en het luik te
passeren.
De motor heeft al maanden ons leven beheerst. Eerst door stuk te gaan
op weg van Bali naar Singapore, toen door het bestellen niet meer voorhanden zijn
van onderdelen, het opnieuw stuk gaan. Het varen door de Malacca straat zonder motor
met weinig en wisselvalige wind en veel stroming, als we te hard achteruitgingen
ankerden we midden op zee. Het zoeken naar een geschikte motor met meer vermogen
en minder omvang, wat niet lukte. Het kiezen van een motor, en het uitzoeken hoe
die te kopen tegen redelijke prijs en hier te krijgen was. Het wachten en het voorbereiden
van de installatie.
Langkawi is een eilandengroep die bij Malaysia hoort. Volgens de reclame
is Langkawi belastingvrij en zijn er 99 eilanden. Belasting, en erg goedkoop klopt
helemaal. Die 99 eilanden is wat overdreven, je moet dan elke in zee liggende begroeide
rots meetellen. Langkawi ligt in de buurt van de grens tussen Maylaysia en Thailand.
De verbinding met de vaste wal en andere eilandengroepen wordt onderhouden met snelle
(bijna 60 km/uur) veerboten. We hebben twee tochtjes met die boten achter de rug.
In beide gevallen in gezelschap van onze zoon,Vincent en Bettina, zijn partner.
Het eerste tochtje ging naar Satun aan de vaste wal van Thailand omdat
we niet langer dan drie maanden aaneengesloten in Malaysia mogen zijn. We vertrokken
met de boot van negen uur. Doordat wij en vele anderen zo lang in de rij stonden
om een kaartje te kopen ging de boot bijna een uur later weg. We waren ongeveer
elf uur in Thayland, de plaats van aankomst stelde niet veel voor dus namen we een
taxi naar de stad Satun. We hebben er wat rondgewandeld en wat gedronken. We gingen
met de boot van vijf uur terug, in Satun was het toen vier uur. En om zes uur waren
we weer in Langkawi.
Het tweede tochtje ging naar Georgetown. Georgetown ligt op het eiland
Penang. De ferries hebben een ongelukkig schema. Je kunt alleen in de avond van
Langkawi naar Penang en alleen in de ochtend van Penang naar Langkawi. De overtocht
duurt ruim een uur. Er is ook een ferry naar Kedah op de vaste wal vandaar kun je
met busvervoer naar Georgetown. Je gaat dan over een lange en hoge brug
waar schepen onderdoor varen. Wij gingen met de boot van kwart voor negen. Na anderhalf
uur waren we aan vaste wal waar we na wat gedronken te hebben een taxi naar Georgetown
namen. We spraken een vaste prijs van 160 RM af. (1 € is ongeveer 5 RM) De chauffeur
wilde ons droppen toen we nauwelijks over de brug waren maar wij verlangden bij
ons hotel te worden afgezet. We stapten uit op loopafstand.
Het hotel was een oude villa. Eerst door een hek en een verharde tuin.
De voordeur lag achter een overkapping zodat je, in geval van regen, uit de auto
kon stappen zonder nat te worden. Achter de voordeur een zes meter brede gang. Op
de helft van die gang was er vierkant niet overdekt en liep er een balustrade om
de verdieping.
We konden kiezen uit kamers met airco en kamers zonder airco. Wij kozen
voor airco. Dat kostte 10 RM meer. Onze airco blies wel maar koelde niet. Dus klagen.
Na wat gepruts wachten, weer klagen en weer prutsen, kregen we een andere kamer,
nu op de zolder van de uitbouw. We betaalden voor een nacht, voor de veerboot terug
de volgende morgen en voor een rondtoer dezelfde middag.
De rondtour in busje met ons vieren was een makje voor de chauffeur.
We werden achtereenvolgend gedropt bij een Chinese tempel en een kabelbaan we keken
op ons gemakje rond in de tempel en op de top van de berg. Toen we beneden kwamen
was onze tijd om. De avond gingen we de stad in. Vincent en Bettina namen een toer
met een fietstaxi en wij zochten een leuk tentje op.
We stonden op tijd op. Het hotel voorziet niet in drank of voedsel.
Vincent had al s avonds al wat te eten gekocht dus gingen Vincent en ik naar een
Chinees om koffie te halen. We kregen het mee in plastic zakjes, er waren rietjes
bij.
We werden opgehaald door een busje en kregen te horen dat de ferry wegens
te veel zeegang was uitgevallen. Het busje bracht ons terug naar Kedah. De ferry
van Kedah naar Langkawi was niet uitgevallen dus we konden terug naar de Saluut.
De veertien dagen met onze gasten vlogen om. We hebben per huurauto
(30 RM per dag) in een paar dagen het eiland bekeken waarbij een tochtje met de
kabelbaan, en bezochten een zeeaquarium een dierenpark een heetwaterbron en een
krokodillenfarm. We hebben ook een rondvaart gehad met een klein bootje. Tijdens
deze rondvaart voederden we zeearenden, voeren langs de mangroves en bezochten een
visfarm en een vleermuizengrot.
We gingen ook naar een strandje waar de bootsman twee kokosnoten voor
ons uit een boom plukte.
14.12.2007 aankomst Port Dickson (Malaysia)
Plaats zat in de Marina en goedkoper dan in Singapore. Geen krant meer s'morgens maar verder niks te wensen.
Net als in Singapore verbinding met internet vanaf de boot. Via internet gekeken welke jachtmotoren er zijn die passen in de Saluut en prijzen opgevraagd. De markt van jachtmotoren is afgegrendeld. Je kunt alleen kopen bij een formele dealer en vaak zit die in Singapore.
Er valt niks aan de prijs te doen en de prijs is hoog.
De werfbaas van de Marina wil me een 15 pk buitenboordmotor met acht draaiuren verkopen voor een zacht prijsje maar ik wil gewoon een goede ingebouwde diesel. Dan vertelt hij dat alle vissers een dieselautomotor in laten bouwen en dat de locale monteurs ingesteld zijn om deze voor een boot aan te passen. We praten wat over prijzen en stellen vast dat die oplossing ingebouwd en wel, ongeveer de helft kost van een formele jachtmotor bij de dealer, dus zonder transport en nog niet ingebouwd. Dat wordt het dus. Nu nog een motor kiezen en een mechanic zoeken.
De koelkast werkte in Singapore niet meer. We konden er wel gas kopen maar niet de benodigde aansluitstukken. Hier konden we die wel kopen en het gas bijvullen. Het lijkt er op dat we een lek hebben want het helpt maar even. In de tropen zonder koelkast is echt behelpen, dus nog een karweitje in Langkawi.
Want hier in Port Dickson willen we niet te lang blijven.
Alle kennissen zitten in het belastingvrije Langkawi en de 28e gaat de Gentle lady daar ook heen. Hij biedt aan ons te slepen als er geen wind is, dus we gaan samen.
De marina organiseert een kerst diner op 24 december voor lokale mensen en bootjes mensen wij gaan er ook heen. Het eten is prima en het is gezellig.
Nu is het kerst.
Alle familie, vrienden en bekenden wensen we prettige kerstdagen en en gelukkig nieuw jaar.
12.12.2007 vroeg vertrokken uit Singapore.
We rekenden op een reis van een nacht en twee dagen.
Om 12:00 stopte de motor plotseling zonder voorafgaande waarschuwing. Er zat olie in het koelwater, de dipstik vertoonde geen olie meer en er was geen compressie.
We hadden wel een motor nodig want de wind is hier variabel en er staat nogal wat stroom in de straat van Malacca, behalve dat is er een verkeerscheidingsstelsel, als je goed rechts houdt passeren de grote schepen je nog tamelijk kort, meer rechts zijn er ondiepten.
We dreven af en toe tussen de grote schepen en riepen via de marifoon securitee berichten om ze te waarschuwen.Ik moest met de hand sturen om te proberen met het zuchtje wind wat rechts te blijven.
Het zuchtje wind was tegen en als we overstag moesten of wanneer de fok bak kwam te staan moest ik een stormrondje draaien of het voorzeil inrollen om weer op koers te komen. De stroomrichting varieert met eb en vloed.
Toen ik bij weinig wind de stroom voor het eerst tegen had dacht ik dat de wind gedraaid was en dat ik hem achter had. We dreven echter zo snel terug dat de wind van achter in kwam. Af en toe was er wind, op en zeker moment gingen we 9 knopen op halve wind en werd het varen in het donker me wat te spectaculair en reefde ik. Kort na het reven viel de wind weer plotseling weg.
Toen we een paar mijl voor Port Dickson dreven werden we opgeroepen door Henk van de Gentle Lady met wie we radiocontact hadden onderhouden. Hij organiseerde nog twee schippers en met drie dinghys werden we binnen gesleept.
02.11.2007 aankomst Singapore.
Na aankomst veel werk. De wc werkte niet meer doordat de slangen dichtgegroeid waren, de motorruimte en andere plaatsen in de bilge zaten vol met zout water en de motor moest gerepareerd worden. Na drie weken kwam de locale dealer er achter dat de circulatiepomp die we bestelden niet meer leverbaar was. Vanuit Nederland konden we nog een revisieset bemachtigen. Nadat de pomp was gereviseerd en geplaatst bleek de oliedrukmeting ook stuk te zijn. De benodigde sensor was niet te vinden in Singapore dus met een drukschakelaar en een flitslamp een ander oliedruk alarm gemaakt.
Singapore bekeken en wat boodschappen gedaan. Singapore is niet goedkoop,d e Marina was luxueus maar ver van het centrum en ver van een supermarkt. De marina heeft een shuttle bus die ongeveer vijf keer per dag rijdt. Om boodschappen te doen kun je met twee uur heen en weer zijn, je moet dan wel snel zijn want je hebt dan een half uur tijd in de Super.
Het openbaar vervoer is fantastisch goed en goedkoop. Je kan een elektronisch pasje kopen dat werkt in de metro en in de bussen.
BALI SINGAPORE

Met de taxi van het vliegveld naar onze boot zagen we een optocht wegens dodenherdenking, een jaarlijks iets bij de hindoes.

Onderweg van Bali naar Singapore gaat de motor stuk, we moeten zeilen maar er is geen wind.

Na drie jaar op het zuidelijk halfrond is de saluut weer boven de evenaar. In dit geval 0.001 mijl oftewel 1.854 meter. Drie jaar geleden werden we naar het zuidelijk halfrond gesleept, nu dobberen we op eigen kracht over de evenaar.

Een Jan van Gent die lelijk doet als ik in de buurt kom, maar af en toe is dat toch nodig.

Zwaluwen onder het zonnepaneel.

vier zwaluwen op de deur.

Een zwaluw op de salon lamp.

Een zwaluw op de bankleuning

Het koelwater lek is gedicht, er zijn extra slangaansluitingen gemaakt zodat er nu zout water door de motor stroomt, de motor kan nu op laag vermogen draaien.

Veel onweersbuien onderweg en slecht zicht.

Batam waar we uitklaren voor Indonesia, helaas voor anker de marina was in onderhoud.

Het werd tijd Indonesia te verlaten, de vlaggen (gasten vlag Indonesia en deelnemersvlag sail Indonesia) zijn er aan toe.
We hoorden dat bij Raffles Marina in Singapore goede voorziening zijn om de boot te repareren. Dus nog ongeveer
50 mijl kreupelen door een druk vaarwater.

De saluut in veilige haven.

de brug naar Maylasia.
Nederland - Bali
We waren van 27/9/2007 tot 12/10/2007 in Nederland. We waren juist op tijd om afscheid te nemen van moeder. Die tijd is vooral besteed aan familie aangelegen heden.
We vlogen met China Airways, gekozen omdat die de eerste gelegenheid bood om naar NL te gaan. De vlucht via Taipeh en Bankok was wel een omweg.

Uitzicht van onze hotelkamer in Taipeh

In Tapeh zijn er veel scooters

Eenden met kop en al.

Magda voor de bomvrije kelder bij het vliegveld

Van de incheck naar het vliegtuig is en flinke wandeling. Op de poster postzegels van nationalistisch China.

Zowel op heen- als op de terugreis was het traject Bali – Taipeh minder beklemmend
Mailing 01-10-2007
Wegens familieomstandigheden zijn we nu (28/09/07) in Nederland. Onze crew past op de boot die geankerd is in Lovina Beach (noord Bali). We hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om souvenirs mee te nemen. Dus ook de zestien handgeweven shawls die we bij de officiële ontvangsten omgehangen kregen.
Deze mail gaat voornamelijk over onze zoektocht naar de Komodo Waraan (ook draak genoemd). Deze grote hagedis komt uitsluitend voor op de Komodo eilandengroep.
Ze worden een meter of drie lang en als ze trek hebben eten ze mensen. Ze eten voornamelijk lijken van herten en waterbuffels die ook op de eilanden rondlopen. Die lijken ontstaan gedeeltelijk doordat de draak ze eerder heeft gebeten. Een beet van een draak is op termijn dodelijk doordat het speeksel zoveel bacteriën bevat dat het slachtoffer binnen ongeveer 24 uur sterft aan vergiftiging.
De officiële route van onze rally gaat langs de Komodo eilanden om deze aan te lopen moet je omvaren op weg van Maurole naar Labuan Bajo. Ze bestaan uit Komodo, Rinja,
Padar en een heleboel kleine eilandjes en liggen. Westelijk van Floris. Dit laatste eiland zie je links op het kaartje. Onze eerste ankerplaats was in de baai aan het Noord-Oosten van Komodo. De route van onze zoektocht is ingetekend en start daar.
Het was een mooie ankerplaats, We lagen er met een zestal jachten van de vloot. Helaas kwamen daar geen draken, wel herten en wilde zwijnen. Tussen de eilandjes ten Noorden zwommen Manta-roggen. Ik ben met een groep op een catamaran van onze vloot meegevaren om ze te bekijken, maar ze lieten zich die dag niet zien. Het was in elk geval en goede gelegenheid om de passage tussen de eilandjes te bekijken want met onze grotere diepgang kon dat wel eens problemen geven. De kaarten van dit gebied zijn namelijk niet erg nauwkeurig. Op een andere passage was het volgens de kaart diep water, maar we liepen er vast toen we met onze bijboot op bezoek bij vrienden gingen die aan de andere kant lagen. Ook komt het vaak voor dat we volgens onze GPS, die de positie op de kaart aangeeft, op de wal zijn geankerd.
Andere jachties hadden draken gezien op het eiland Rinka. Ze liepen daar op het strand. Wij dus naar de aangegeven ankerplaats. Ik had een route door de passage tussen Ringa en Padar. Bij die passage aangekomen hadden we ongeveer zes knopen stroom mee. Het water was zo wild dat je niet kon zien of er riffen zaten. Met minstens zes knopen op een rif knallen leek me minder leuk, dus keerden we op het nauwst van de passage om. We maakten nauwelijks voortgang. Gelukkig kwam er wat wind zodat we met behulp van motor plus zeil dat gat nog uit kwamen. Het was toen een uur of drie, we hadden dus niet veel tijd om via de omweg naar de geplande baai te varen. Gelukkig hadden we stroom mee en haalden af en toe 9 knopen. Juist voor donker lagen we op ons plekje, we waren hier alleen. De volgende ochtend gingen we op drakenjacht. We hadden nog een restje aasvis bewaard om daarmee, vanaf een te vinden hol langs ons strandje, een reukspoor te maken. We zagen wel wat holen en sporen van kleine draken maar geen draken en geen grote sporen. Inmiddels had onze omweg ons twee dagen gekost en hadden we nog geen draak gezien. We besloten naar een plaats te gaan waar we een gids konden inhuren. We kozen de kortste route. Dat was naar het ressort dat oostelijk op Komodo ligt en daarna vlak langs onze eerste ankerplaats op Komodo en tussen de eilandjes door naar Labuan Bajo.
We kwamen om twee uur aan in de baai (zie kaartje). Het bleek dat de noordelijke poot van de baai te ondiep was voor ons dus ankerden we ervoor. Meestal als je ergens ankert duurt het niet lang of er komen wat prauwen die iets te verkopen hebben. Dat gebeurde nu ook. Met de bemanning van een van die prauwen kregen we goed contact. We onderhandelden over de prijs om ons naar het ressort te varen en kwamen tot overeenkomst. Tijdens ons bezoek aan het ressort zouden ze diesel en water voor ons ophalen.
We schreven ons in als bezoeker en betaalden de entree, de gids en het ankergeld. De gids vertelde dat er geen zekerheid was dat we een draak te zien kregen. Sinds de voederplaats niet meer in gebruik is, voederen is nu bij wet verboden, moet je ze zoeken. Binnen vijf minuten wees de gids ons op een draak die met zijn poten uitgespreid onder de keuken van het ressort lag. Draken komen hier vaak om keukenafval te eten dat er ‘toevallig’ kan liggen.

Tijdens de wandeling met de gids zagen we ook herten, bijzondere bomen en nog meer draken.
Magda bleef wat achter en werd ingehaald door een flink doorstappende draak. Zie onder.
Gelukkig had de draak geen honger….

|
|
| |
|